Je staat met je jas aan bij de deur. Je bent al vijf minuten te laat, en je sleutels zijn foetsie. Jaszak, tas, aanrecht, nog een keer de jaszak. Uiteindelijk liggen ze in de badkamer, naast de tandpasta, en je hebt werkelijk geen idee hoe ze daar gekomen zijn.
Misschien herken je dit. Je bent niet de enige, en nee, het betekent niet dat je slordig bent. Bij ADHD gaat er vaak iets mis op het moment dat je iets neerlegt. Je aandacht is dan al bij het volgende, waardoor je hersenen niet goed opslaan waar dat ding nu ligt. Het goede nieuws: daar kun je heel praktisch omheen werken, en dat hoeft niet ingewikkeld te zijn.
Met ADHD raak je vaker spullen kwijt omdat je aandacht snel verschuift. Leg je iets neer terwijl je met je hoofd al ergens anders bent, dan onthoud je de plek minder goed. Daarnaast kan je werkgeheugen, het kladblokje in je hoofd, informatie sneller laten vallen als er iets tussendoor komt. Dat is geen luiheid. Wat het meest helpt, is minder op je geheugen leunen: één vaste plek voor je belangrijkste spullen, een vaste handeling bij thuiskomen en spullen zichtbaar bewaren.
Waarom vergeet ik waar ik mijn spullen neerleg?
Iemand zonder ADHD legt de sleutels op de kast en slaat ergens op de achtergrond, zonder erbij na te denken, op: daar liggen ze. Bij jou gaat dat vaak anders. Op het moment dat je de sleutels neerlegt, gaat de telefoon, of schiet je iets te binnen, of roept iemand je. Je aandacht springt weg. En dan is die plek gewoon nooit echt goed opgeslagen.
Dat verklaart ook waarom je soms zeker weet dat je iets “net nog” had. Dat klopt ook. Je had het in je hand, alleen was je er met je hoofd niet bij toen je het neerlegde.
Wat heeft je werkgeheugen ermee te maken?
Je werkgeheugen kun je zien als een klein kladblokje in je hoofd. Daarop schrijf je even iets neer wat je zo meteen nodig hebt, zoals waar je je bril neerlegde of wat je in de keuken kwam halen. Onderzoek laat zien dat dat kladblokje bij mensen met ADHD gemiddeld minder goed werkt. Komt er iets tussendoor, dan wordt het blaadje sneller weggegooid.
Een overzichtsstudie uit 2024, met 28 onderzoeken, zag ook dat kinderen en tieners met ADHD gemiddeld wat minder goed onthouden welke voorwerpen ze eerder zagen. Bij volwassenen is daar nog weinig onderzoek naar gedaan.
Let wel op dat woordje “gemiddeld”. Het geldt niet voor iedereen met ADHD even sterk. Je hebt goede en slechte dagen, en op een dag met weinig slaap of veel stress merk je het waarschijnlijk veel meer. Thuisarts noemt “vaak iets kwijt zijn” ook gewoon als een van de kenmerken van ADHD bij volwassenen, naast dingen als afspraken vergeten en snel afgeleid zijn. Je bent dus echt in goed gezelschap.
En hoe zit het met “uit het oog, uit het hart”?
Online lees je vaak dat ADHD’ers last hebben van “objectpermanentie”, alsof spullen voor je niet meer bestaan zodra je ze niet ziet. Dat is vooral een populaire uitdrukking, geen officiële verklaring. Wel herkennen veel mensen het gevoel. Wat in de kast verdwijnt, verdwijnt ook uit je gedachten. Daarom werkt zichtbaar opbergen bij veel mensen beter dan alles netjes achter een deurtje, maar daarover verderop meer.
Waarom raak ik vooral mijn sleutels, telefoon of portemonnee kwijt?
Dat zijn de spullen die je de hele dag oppakt en weer neerlegt, vaak op een druk moment. Hoe vaker je iets verplaatst, hoe meer kansen er zijn om de plek te vergeten. Een paar situaties die je vast herkent:
- Thuiskomen met volle handen. Boodschappentassen, de post, misschien een kind of hond die aandacht wil. De sleutels belanden ergens waar een hand vrij was, en dat is lang niet altijd een logische plek.
- Even iets anders doen tussendoor. Je loopt naar boven om een trui te pakken, je telefoon nog in je hand. Boven zie je de wasmand, je legt de telefoon even neer om de was op te vouwen. Een uur later bel je jezelf vanaf de laptop.
- Opruimen op een “slimme” plek. Die belangrijke brief leg je bewust op een veilige plek, zodat je hem niet kwijtraakt. Drie weken later weet je nog steeds dat het een héle slimme plek was. Alleen niet welke.
Herkenbaar? Dan zie je meteen dat het probleem bijna altijd op hetzelfde moment ontstaat. Op het moment van neerleggen dus, lang voordat je gaat zoeken.
Hoe zorg je dat je minder spullen kwijtraakt?
Je hoeft je geheugen niet ineens te verbeteren. Je gaat er gewoon minder op leunen. Dit zijn de dingen die het meeste opleveren, en ze kosten je niks.
1. Geef je belangrijkste spullen één vaste landingsplek
Kies één plek voor je sleutels, telefoon en portemonnee. Liefst vlak bij de voordeur, op de route die je toch al loopt. Een schaaltje op de kast, een haakje naast de deur, het maakt niet uit. Thuisarts geeft precies dit advies: leg spullen op dezelfde plek neer.
Twee dingen maken het verschil. Het moet de plek zijn waar je spullen nu al vaak terechtkomen, niet de plek waarvan je vindt dat ze daar zouden moeten liggen. En er mag maar één plek zijn. Twee “vaste” plekken is gewoon weer zoeken.
2. Koppel het wegleggen aan iets wat je toch al doet
Een nieuwe gewoonte houd je makkelijker vol als je hem aan een oude vastplakt. Bijvoorbeeld: jas uit, sleutels in het schaaltje. Of telefoon aan de oplader zodra je je schoenen uittrekt. Doe het een paar weken zo vaak mogelijk precies zo, dan hoef je er na een tijdje niet meer bij na te denken.
3. Benoem het als je iets op een rare plek legt
Leg je toch iets ergens anders neer, zeg dan even hardop wat je doet. “Mijn bril ligt op de vensterbank.” Het klinkt gek, en je huisgenoten kijken je misschien raar aan, maar je dwingt jezelf zo om even bewust te kijken. En dat moment ontbreekt nou net bij het kwijtraken.
4. Berg zichtbaar op
Wat je ziet, vergeet je minder snel. Open bakjes, doorzichtige dozen en haakjes werken voor veel mensen beter dan dichte lades. Gooi je hele huis niet om, begin met de plek waar het meest verdwijnt.
5. Maak een kort vertrekritueel
Een vaste volgorde voordat je de deur uitgaat scheelt een hoop gedoe. Telefoon, sleutels, portemonnee, tas. Altijd in die volgorde, altijd op dezelfde plek. Sommige mensen hangen er een briefje bij de deur bij, tot het vanzelf gaat.
6. Geef belangrijke papieren een eigen bak
Brieven, garantiebewijzen, die ene afspraakkaart. Geef ze één bak of map, en stop er alles in zodra het binnenkomt. Uitzoeken mag later. Wil je daar meer structuur in, kijk dan ook bij meer structuur in je dag.
7. Zorg voor een reserve van wat je echt niet kwijt mag raken
Een reservesleutel bij de buren of familie, een tweede oplader in je tas. Dat lost het kwijtraken niet op, maar het haalt wel de paniek eruit. En met minder stress zoek je ook nog eens beter.
8. Doe een avondronde van één minuut
Kijk voor het slapen even of alles op de landingsplek ligt. Eén minuut. Scheelt je ’s ochtends het rondrennen terwijl je eigenlijk al weg had moeten zijn.
Wat als een vaste plek niet genoeg helpt?
Soms doe je alles goed en raak je tóch nog dingen kwijt. Bijvoorbeeld omdat je veel onderweg bent, omdat je spullen in een tas of auto verdwijnen, of omdat er meerdere mensen in huis zijn die ook weleens iets verplaatsen. Dan kunnen hulpmiddelen het laatste stukje opvangen.
Denk aan een kleine tracker aan je sleutelbos of in je portemonnee, zodat je je spullen via je telefoon kunt laten piepen of op een kaart ziet. Of aan een sleutelplank, een organizer voor je tas of een bak voor kabels en opladers. Belangrijk om te weten: welke tracker werkt, hangt onder andere af van je telefoon, en het bereik is beperkt. Een tracker helpt ook alleen als hij aan het ding vastzit dat je kwijtraakt.
Op een aparte pagina heb ik de hulpmiddelen naast elkaar gezet: welke tracker bij iPhone of Android past, welke in je portemonnee past, en welke opbergers je echt gaat gebruiken.
Een vaste plek helpt niet genoeg? Bekijk welke sleutelvinders, trackers en opbergoplossingen bij jouw situatie passen.
Een klein systeem dat je ook na drie weken nog gebruikt
Het valkuiltje dat je vast kent: je bent vol enthousiasme, koopt mandjes, labelt alles, en na drie weken ligt alles weer overal. Herkenbaar. Een systeem houd je alleen vol als het klein is.
Begin daarom met één ding. Bijvoorbeeld alleen de sleutels. Eén schaaltje, één plek, één gewoonte. Werkt dat een paar weken, voeg dan de telefoon toe. Daarna pas de portemonnee of de papieren.
En gaat het een keer mis, dan gaat het een keer mis. Je legt je sleutels heus nog weleens in de koelkast. Dat betekent niet dat je systeem mislukt is. Pak de draad gewoon weer op bij de volgende keer dat je thuiskomt. Minder vaak zoeken, en korter zoeken, dat is al heel veel winst.
Raak je vooral de draad kwijt omdat je steeds wordt afgeleid, dan lees je in waarom raak ik steeds afgeleid? wat daar achter zit.
Over De Professionele ADHD'er: dé Nederlandse plek voor herkenning, acceptatie, begrip en steun rond ADHD, voor jou én voor de mensen die met je samenleven. Lees hier wie hierachter zit.
Veelgestelde vragen
Is spullen kwijtraken een kenmerk van ADHD?
Waarom vergeet ik waar ik iets heb neergelegd?
Waarom raak ik juist spullen kwijt die ik veilig heb opgeborgen?
Wat is objectpermanentie bij ADHD?
Helpt het om hardop te zeggen waar je iets neerlegt?
Kun je je werkgeheugen trainen tegen spullen kwijtraken?
Wanneer moet ik naar de huisarts als ik steeds dingen kwijtraak?
Bronnen
Geraadpleegd op 22 oktober 2026.
- Thuisarts, ADHD bij volwassenen: ik heb ADHD
- Lobato-Camacho, F.J. en Faísca, L. (2024). Object Recognition Memory Deficits in ADHD: A Meta-analysis. Neuropsychology Review.
- Melby-Lervåg, M. en Hulme, C. (2013). Is working memory training effective? A meta-analytic review. Developmental Psychology.
- Alderson, R.M., Hudec, K.L., Patros, C.H.G. e.a. (2013). Working memory deficits in adults with ADHD. Journal of Abnormal Psychology.